Lotharingerclubdag
Al sinds ik me kan heugen wordt op de tweede zaterdag van juni de fokkersdag van de Lotharingerclub gehouden. In mijn jaren als jeugdlid staan me de verhitte ritjes met onze Belgische vriend in een volgeladen auto naar de Rijnkom in Renkum nog goed bij. Tegenwoordig kun je op de automatische piloot naar de Veenendaalhal rijden. Als je net als ik vele speciaalclubs bezoekt, zou je soms in de war raken waar je nu weer bent verzeild. Maar door de stofjas van Henk Philipse, de baard van Tieleman en door het galmen van het Noord-Hollandse stemgeluid van de lootjesverkoper met de gebreide Lotharingertrui weet je zeker
dat je op de Lotharingerclubdag bent.
Al jaren woedt in deze club de discussie of er op een later tijdstip in september het dubbele aantal inschrijvingen mogelijk is. Door het vroege tijdstip in juni kunnen nu alleen dieren van de eerste drie maanden van het jaar ingezonden worden. Dit vormt toch wel een beperking om een goed beeld te krijgen van al het showmateriaal dat in het land is gefokt. Neem nu de topper van Henk Philipse die later dat jaar alles zou winnen wat er te winnen viel, die kroop op dat moment net uit het nest. Op de laatste jaarvergadering stemde nog een meerderheid voor een verplaatsing naar september. Maar vanwege de moeilijke beschikbaarheid van zowel de clubkeurmeesters als de locatie door de overvolle showagenda is hier nog geen vervolg aan gegeven. Met de komst van de showklasse voor oude dieren en een verkoopklasse wordt toch geprobeerd om de zeer ruime Veenendaalhal optimaal te vullen met stippen, vlinders en strepen. Het geleur naar loeihete busjes afgeladen met ‘toppers buiten mededinging’ hoort daarmee gelukkig ook tot het verleden.
Inschrijvingen en winnaars Groot Lotharingers
Er waren in totaal 107 Groot Lotharingers ingeschreven. Waaronde
r acht oude dieren. De beste in deze klasse was een dier van H. Driesen. Als winnaar kwamen op de eindtafel drie zwarte klassewinnaars van H. Canrinus, N. van Verseveld en J. Peeters, aangevuld met een blauwe voedster van G.J. Bekamp. De jongste van het stel, de 3e maander van Peeters won overtuigend van de blauwe 1e maander van Bekamp, die tweede werd. Deze mooie ram is vrij compleet op alle onderdelen waardoor die de oudere en meer ontwikkelde dieren kon verslaan.
“Er blijven aandachtspunten betreffende de oren”
In de nabespreking wees Gerrit Grooten nog op een tendens waar ik ook fokkers tussen de kooien al over hoorde. De pelzen zijn de afgelopen jaren sterk vooruitgegaan. Ze zijn een stuk korter geworden en ook de dichtheid gaat vooruit. Al kan dit bij sommige dieren nog steeds beter. Wellicht dat deze vooruitgang de Lotharingers ook bij eindkeuringen een stukje verder kan brengen. “Er blijven wel aandachtspunten betreffende de oren”, aldus keurmeester Tieleman. “Ik kwam een aantal dieren tegen in mijn keuring met een minimum oorlengte van 16 cm. ” Maar vaker nog was de oorstructuur aan de slappe kant met gevouwen en soms zelfs hangende oortoppen. (zie foto) Sommige fokkers spinnen in ieder geval garen bij de standaardwijziging omtrent de omsloten witte vlekjes. Keurmeester Grooten had vorig jaar 5 dieren in zijn keuring nog een O moeten geven. Maar nu kwamen ze er met een lichte fout een stuk beter vanaf. Bij de blauwe dieren nog wat te veel lichte haartoppen. Een probleem waar veel rassen in de blauwe kleur mee kampen.
Klein Lotharingers
Bij de Klein Lotharingers waren 145 dieren ingeschreve
n waaronder 17 oude dieren. Het winnende dier was een Bruine ram van J-D van Pijkeren dat als zwart was ingeschreven. Op de eindtafel kwamen drie zwarte dieren van respectievelijk A. van Valen, R van Nederpelt, en C. van de Marel naar voren. Aangevuld met een Isabella van A.Assinck en een Bruine ram van M. van Vlaanderen. Het was opvallend dat de strijd ging tussen de laatstgenoemde dieren van de overige kleuren. De bruine van de 1e maand was perfect in conditie en had een fraaie koptekening, aalstreep, zijdetekening en pels. Toch had het dier niet het gedrongen type waar ze binnen de Lotharingerclub op dit moment zo naar streven. Maar de anderen op tafel konden vooral in tekening niet aan dit dier van Mirjam van Vlaanderen tippen.
En weer was het dus na jeugdlid Eva Oostindiën in 2007 een jonge dame die met de eer ging strijken. Het is opvallend dat bij de Klein-Lotharingers het jeugdige talent toch wel aardig is vertegenwoordigd wanneer je dat vergelijkt met de huidige trend binnen onze hobby.
“Korte types beinvloeden de oren’
Keurmeester Lantin
g benadrukte in de nabespreking dat de types van de dieren wel vooruit zijn gegaan. Alleen zijn daarmee samenhangend de oren korter geworden. Binnen de Lotharingerclub is om die reden jaren geleden al een discussie opgestart om die oormaat aan te passen aan het meer gedrongen type dat bij de huidige Klein Lotharinger hoort. In de nieuwe standaard is daarom met een verkorte maximum oormaat van 10.5 cm al voorzichtig een eerste stap gemaakt. Dit had heel wat voeten in de aarde omdat hiermee voorgoed wordt gebroken met de Europese standaard. Maar Lanting juicht een verandering van de minimum oormaat ook toe omdat de nodige fraaie typedieren toch onder of nabij de 9 cm blijven steken. Daar zal de komende jaarvergaderingen vast nog het nodige over gediscussieerd worden.
Het is vooral ook aan de fokkers om daar richting aan te geven. Als iema
nd dan zijn videocamera meeneemt is het vast ook mogelijk dat we onszelf over 20 jaar terug zien op een hightech scherm. Nu werd er een videofilm getoond van de fokkersdag van 1985 waarbij meerdere oudgedienden gretig herinneringen ophaalden. Sommigen konden het niet laten om erop te wijzen wat voor oude kop voornamelijk de ander had gekregen. Ik zal in ieder geval in 2009 zeker weer de kans benutten om te zien hoe het erbij staat met het peil van deze schitterende tekeningrassen en hun kleurrijke fokkers.